Het machinepistool.
Een hoofdstuk uit Oorlogsvlag van Jan van Weerden, alias Wim van Buren.

De volgende morgen waren Leijssenaar, Klaas en ik om tien uur op het kantoor van zaadhandel te Velde. Drie mannen van het Hoogeveense verzet zaten al op ons te wachten. Na een paar minuten te hebben gepraat gaf een van hen ons de inlichtingen die Rieks ons ook al gegeven had.

"Waar is die oostfrontstrijder nu?" vroeg ik. "Wel, hij is vorige week weer teruggekeerd naar zijn eenheid. Dus alles wat jullie moeten doen is aan de voordeur kloppen, die waarschijnlijk wordt geopend door de oude vader of moeder. Je stapt binnen en dwingt ze om dat machinepistool aan jullie te geven. Een heel gemakkelijke taak. We zouden het op prijs stellen als jullie ons daarbij kunnen helpen, want we hebben er veel belang bij dat machinepistool in bezit te krijgen. Willen jullie het doen? Ja of nee."

Ik raakte geirriteerd door de manier waarop de vraag gesteld werd, alsof we betaalde medewerkers waren; nemen jullie het aan of niet? Ik reageerde door te zeggen:"Als jullie dat machinepistool zo erg nodig hebben en als het zo'n gemakkelijk karweitje is, waarom doen jullie het dan niet zelf?"

Hij keek me een beetje beduusd aan en zei:"Jullie zijn toch KP'ers? Jullie doen dit soort dingen toch?" "Nee, het is niet onze taak om dit soort dingen te doen. Dit is jullie stad, jullie verzetsgroep, jullie organisatie. Mijn vraag is dus: als het zo gemakkelijk is, waaromdoen jullie het niet zelf? Het is een goede ervaring."

Ze keken ons alle drie een beetje vreemd aan en toen kalmeerden ze een beetje. Een van hen zei:"We hebben gehoord dat jullie dit soort dingen vaak gedaan hebben en wij hebben geen ervaring, geen van ons, en we kennen ook niemand met deze ervaring. We waren Rieks Zomers dankbaar dat hij een paar mannetjes kende die dit klusje konden klaren."

"En dat is prima, zolang jullie maar begrijpen dat we het niet hoeven te doen. Wij zijn vrijwilligers, net als jullie." Alle drie knikten ze ja.

Ik zei:"Dit is een taak voor vrijwilligers. Ondanks het feit dat het heel eenvoudig lijkt, kan het altijd misgaan. Er is altijd gevaar van een schietpartij. Jullie zijn vrije mannen en wij zijn vrije mannen, we zijn aan niets en niemand iets verplicht. Alleen aan God en ons vaderland, onze geboortegrond. Wij zitten hier dus als volkomen gelijken en daarom, zoals ik al zei, kan niemand ons vertellen wat te doen en wat niet. Het is een zaak van gezamenlijk overleg en van honderd procent respect voor elkaar."

Daar zat ik dan. Tweeentwintig jaar oud en een preek houdend voor drie mannen die stuk voor stuk mijn vader konden zijn. Ik keek Klaas aan en ging even later iets rustiger verder:"Goed, de zaak is besloten. Klaas en ik gaan met z'n tweeen, Rieks gaat niet mee want hij is te bekend in Hoogeveen. Zijn er trouwens Duitsers gelegerd in de buurt? Of is er een politiebureau vlakbij?"

"Ja, er zijn twee middelbare scholen in de directe omgeving. Een christelijke HBS en een paar straten verderop een openbare middelbare school. Beide scholen worden als kazerne gebruikt door Duitse parachutisten."

Niet dat dit voor ons op dit moment veel verschil maakte, maar in geval van een schietpartij of in geval dat we moesten vluchten, zouden zich complicaties kunnen voordoen met deze scholen vlak achter het besproken huis. Ook stond het idee om een huis te overvallen dat in de schaduw stond van een middelbare school bevolkt door Duitse parachutisten me niet aan. Desalniettemin namen we afscheid van de drie mannen, nadat Leijssenaar nog had meegedeeld dat hij als vrijwilliger met ons mee zou gaan om buiten op wacht te staan, een paar huizen verder - voor het geval er iets mis zou gaan.

Klaas en ik vertrokken om de omgeving in ons op te nemen en Leijssenaar ging weer terug naar huis. Het geheel was niet indrukwekkend, een arbeidershuisje, zonder voortuin, maar wel met een kleine achtertuin. We reden langs de middelbare school. Er stond een paratroeper op wacht bij de ingang. Een klein groepje pratroepers marcheerde net de straat uit, verder was de buurt rustig. Op weg terug naar Rieks zei ik tegen Klaas:"Wat zeg je ervan, Klaas? Je hebt tot dusver niet al te veel gezegd."

"Als de inlichtingen goed zijn, dan kunnen we het wel proberen, het lijkt niet al te moeilijk." "Prima, wanneer zullen we het doen?" "Waarom proberen we het vanavond niet? Dan is het achter de rug." "Daar kan ik het wel mee eens zijn. Laten we dat maar doen. We moeten wel eerst even met Rieks en Leijs praten."

Ik twijfelde enigzins omdat ik vond dat de inlichtingentak veel belangrijker was en dat ik geen onnodig risico mocht lopen. Er waren "deskundigen" in het verzet die zeiden dat je je maar op een gebied moet toeleggen. Als je pers bent, blijf je pers, dan doe je niet aan pilotenhulp en ook niet aan kraken. Als je aan kraken doet, dan ga je geen artikelen schrijven voor de ondergrondse pers, enzovoort. Ik zag het een beetje anders en meende dat je moest reageren op de situatie zoals die zich voordeed. Dus als er een vluchteling op je weg kwam, dan hielp je hem. Vroeg iemand je een protestartikel te schrijven, dan deed je dat als je kon. Als iemand in nood zat en een persoonsbewijs nodig had, dan ging je dat vervalsen zo goed je kon.

We aten bij Rieks en Albertien en vertrokken om half zeven die avond. Leijssenaar reed ongeveer een kilometer achter ons, ook gewapend met een pistool. We reden even om de huizen heen om te zien of alles rustig was. De politie in Hoogeveen was betrouwbaar en ondersteunde het verzet zoveel mogelijk. We waren dus in veilig gebied, behalve dan dat de school met de paratroepers vlakbij was. We zetten onze fietsen naast de deur. Ik klopte op de deur en Klaas stond achter me. Ik hoorde voetstappen, de deur ging open en ik stapte de gang in.

"Goedenavond.Handen omhoog!" zei ik, mijn pistool trekkend. Maar in plaats van tegenover het verwachte oude mannetje te staan, trok ik een boom van een jonge kerel van een jaar of dertig. Helemaal niet de persoon die er had moeten staan. "Handen omhoog!" zei ik nogmaals.

Bliksemsnel ging het door mijn hoofd:dit is de SS'er. Verkeerde inlichtingen!!! Hij is niet weg, Hij is nog thuis!

De hand waarmee hij de deur had opengemaakt kwam razendsnel naar beneden en klapte op de pols van de hand waar ik mijn wapen in hield. Van achter zijn rug kwam even razendsnel zijn andere hand naar voren, met daarin een revolver. Hij schoot. Alles in een fractie van een seconde. Ik schoot twee keer. Klaas stak zijn pistool over mijn schouder en vuurde ook. De SS'er draaide om en viel voorover op de vloer.

Plotseling, na vijf, zes schoten, was alles doodstil. Ik keek Klaas aan en zei:"Wegwezen!"

We hoorden twee vrouwen achter het huis gillen in de tuin:"Moord, Moord, Help, help!" Dit was niet goed. De wacht van de paratroepers zou alarm kunnen slaan. Toen we onze fietsen pakten, zagen we Leijs aankomen, alsof hij nergens van wist. Een paar mensen kwamen toelopen. ik hoorde Leijs zeggen:"Wat is hier gebeurd? Kan ik helpen?"

Klaas en ik sprongen op onze fietsen, pistolen in de hand. Terwijl ik mijn handvatten beetpakte voelde ik iets nats, maar reed snel weg zonder te kijken. We maakten dat we wegkwamen, de hoek om, vlak voor de school langs. De paratroeper die op wacht stond voor de school bleef onbewogen staan. Hij richtte zijn geweer niet en maande ons niet om te stoppen. We hoorde vrouwen ver achter ons schreeuwen. Een paar straten verder zei ik tegen Klaas:"Ik bloed, mijn linkerhand...ik ben bang dat ik teveel bloed ga verliezen. Maak dat je wegkomt, ik red me wel."

Toen toonde Klaas zijn ware karakter. "Wim," zei hij, "Ik laat je niet in de steek. We halen het samen."

Ik bracht mijn linkerhand onder mijn oksel, zodat het bloed zo hoog mogelijk in kleren zou komen en niet op straat. Terwijl wij snel door de straten fietsten, flitste het nogmaals door mijn hoofd:verkeerde informatie! De SS'er was nog thuis. Hij was gewapend naar de deur gelopen, hij had geschoten. Hij had argwaan!!

"Ik bloed als een rund. Maak dat je wegkomt, Klaas. Ik red me wel." "We halen het samen, Wim. Je doet het goed."

Plotseling bedacht ik dat Rieks te ver weg woonde, we konden beter in Alteveer stoppen, een gehucht aan de weg, vlak voor Kerkenveld. Rieks had me voorgesteld aan het Christelijk Schoolhoofd daar en ik zei tegen Klaas:"Het huis van het schoolhoofd.."

Ondertussen keken we achter ons om te zien of we gevolgd werden, of er lichten van een auto zichtbaar waren. Er was niets te zien. Misschien hadden de schreeuwende vrouwen ons onbewust geholpen. Totaal over hun toeren, waren ze natuurlijk begonnen de gewonde man te helpen. Ik zag het huis van de hoofdonderwijzer en zei tegen Klaas:"Hier."

We gingen door het ijzeren hek achterom naar het huis en klopten op de achterdeur die vlug opengedaan werd. Het schoolhoofd en zijn vrouw hadden direct in de gaten wat er aan de hand was. Klaas ging meteen weer naar buiten, ik wist niet waarom.

"Wat is er gebeurd, jongens?" "Kom vlug in de keuken," zei zijn vrouw. Boven de gootsteen trok ik mijn linkerhand uit mijn jas en keek ernaar. Alles zat vol bloed. Mijn helpers kwamen met lauw water.

"Wat is er gebeurd?" "Ik ben in mijn hand geschoten."

Ik hoorde een paar kinderen in de kamer ernaast. "Ga maar vast naar boven. Ik kom je zo instoppen," zie hun moeder.

Voorzichtig doopte ik mijn hand in het lauwe water. Toen het bloed van de huid werd geweekt, zagen we dat een kogel mijn linkerduim had geraakt en zijn pad gevonden had dwars door de gewrichten van mijn drie middelvingers. Je kon de gaatjes zien en het bloedde flink. Klaas kwam weer naar binnen en zei dat hij nergens bloed kon zien op de grond, maar dat hij wel water nodig had om mijn fiets schoon te maken.

"Jij blijft hier, Wim, ik ga naar Zuidwolde om de dokter te halen," zei het schoolhoofd. Inmiddels had zijn vrouw een schoon laken uit de kast gehaald en knipte er stroken van met een schaar om een noodverband aan te leggen.

"Heb je pijn?" vroeg ze. "Nee, ik voel helemaal niks." Ik had nooit moeilijkheden gehad om mezelf te zien bloeden, maar ik had wel in de gaten dat ik nogal wat bloed aan het verliezen was. De voering van mijn jas was doordrenkt met bloed. "Geef maar hier," zei mevrouw. "Ik zal hem in het fornuis in de school verbranden." Ze rolde de bebloede jas op en liep voorzichtig door het duister naar de school. Daar opende ze de deur van de stookinrichting en gooide mijn jas naar binnen. Terug in huis zei ze:"Zo, nu zal ik soep en boterhammen maken."

Terwijl we aten, kwam haar man thuis, met een verstoorde blik. "Waar is de dokter?"vroeg zijn vrouw.

"De dokter komt niet. Hij wil geen risico lopen en vindt het te gevaarlijk om iemand te helpen die is aangeschoten." "Hollands Glorie," reageerde ik. "Wat een prachtvent. Laat hem rustig thuisblijven, we hebben hem niet nodig."

Nadat we de soep op hadden, zei Klaas:"Wat denk je, Wim? Kunnen we naar Rieks gaan?""Ja, ik denk het wel. Het is niet zo ver meer."
Maar het hoofd zei:"Ik denk dat het beter is dat ik met jullie meega ingeval je moeilijkheden krijgt onderweg Het is gemakkelijker om met z'n tweeen te assisteren."
Zo gezegd, zo gedaan.
Na een half uurtje, meest lopend, bereikten we de boerderij van Rieks, waar we ons verhaal herhaalden.
Albertien zei:"Het bloed komt al door je verband. Kom dan ververs ik het."
Ze herhaalde het proces met een schoon laken. Het oude verband werd in het fornuis gestopt. Ik zou slapen met mijn hand zo hoog mogelijk boven mijn hart. Rieks en Klaas besloten dat ze de hele nacht een oogje in het zeil zouden houden. Ze wilden de wacht houden bij me, maar ik zei:"Nee jongens, dat is niet nodig, ik ga nog niet dood."

De dag erna ging Klaas weer naar huis. Omdat ik voortvluchtig was, kon ik natuurlijk niet naar een ziekenhuis gaan. En het was gevaarlijk voor mij om met een verband om mijn arm te reizen, dus ik bleef ongeveer een week bij Rieks, goed verscholen, maar zonder medische hulp.

Een paar dagen na de schietpartij ging Rieks naar Hoogeveen om poolshoogte te nemen bij het verzet en hij kwam terug met het volgende verhaal. Hij had enkele van de mannen gesproken met wie wij onze bespreking hadden gehad en had zich ernstig met hen onderhouden over het feit dat zij onbetrouwbare inlichtingen doorgegeven hadden. Dat had heel goed levens kunnen kosten.

Officieel verzocht de politie opsporing, aanhouding en voorgeleiding van drie mannen: van Klaas, van mij en ook van een derde man die op de uitkijk stond maar van wie de politie geen goede beschrijvingen had, Leijs. Rieks had ook met Leijs gesproken. Die had verteld dat hij heel even was achtergebleven, maar toen hij de SS-man had zien liggen ook weggegaan was.

Ondertussen zat ik flink in de problemen met mijn gewonde hand. Met het verband tot aan mijn elleboog viel ik natuurlijk op, waar ik me ook zou vertonen. Maar helaas was dat niet het eind van het verhaal. Na een dag of vier begonnen mijn vingers eerst te zwellen, daarna werden ze rood en blauw, weer wat later werd mijn hand dik en blauw. Kort daarna verspreidde de infectie zich naar mijn pols en vandaar naar mijn onderarm. Ik kreeg koorts en kon niet naar een ziekenhuis en geen enkele dokter uit de buurt kon mij helpen. De volgende dag ging Rieks op de fiets naar De Krim, naar de boerderij van Klarie en Willy en kwam terug om mij te vertellen dat zij vanaf de volgende dag goed voor mij zouden kunnen zorgen. De volgende morgen ging ik op mijn eentje op de fiets, duizelig van de koorts, voorzichtig alle hoofdwegen vermijdend, naar De Krim. Albertien had het witte verband om mijn linkerarm gecamoufleerd met een lange zwarte, gebreide kous, met daarover nog een regenjas, zodat het niet op zou vallen.

Rieks hielp mij om mijn wapens in mijn kleren te verbergen. Hoewel het gebied rustig was, wilde ik toch niet ongewapend op pad. Ik had mijn rechterhand om mijn wapens te gebruiken in geval van nood. De Luger was verborgen in de fietstas, mijn Walther PPK in de linkerbinnenzak van mijn overjas en mijn Mauser 7,65mm in de rechter buitenzak. Rieks en Albertien waren bezorgd dat ik misschien ziek zou worden onderweg en niet verder zou kunnen.

"Dat komt wel goed," zei ik, "Ik haal het wel. Het moet, het kan niet anders!"

Na ongeveer anderhalf uur arriveerde ik bij Klarie en Willy op de boerderij, waar ik onmiddelijk naar bed ging. 's Nachts werd ik vaak wakker en de volgende morgen was ik zo ziek als een hond. Ik kan me er niet veel van herinneren. Ik ijlde en werd opgepikt door twee Krimse mannen die me per auto naar het ziekenhuis in Hardenberg reden, zonder dat ik het zelf in de gaten had. Daar werd ik vlug de operatiekamer binnengerold en twee chirurgen rolden me achter een gordijn, op de operatietafel, trokken de zwarte sok van mijn arm en keken bedenkelijk toen ze zagen wat er gaande was met mijn hand en mijn arm. Ik hoorde hen, half bewusteloos, praten in de verte. Ook hoorde ik een klein meisje huilen om haar mammie. Ik herinner me het stemmetje tot op vandaag. Ik kreeg een kapje met ether over mijn neus en zweefde weg.

Toen ik mijn ogen weer opendeed, lag ik weer bij Klarie en Willy in bed. Klarie kwam even bij me en vroeg hoe ik me voelde."Wim, je bent hier maar voor een paar uur. Straks ga je ergens anders heen."

Ik begon me een beetje als een geallieerde piloot te voelen, de per parachute naar beneden komt en inde handen van de ondergrondse terechtkomt en dan van de ene plek naar de andere gebracht wordt. Je werd geholpen zonder dat je zelf iets in te brengen had. Het was al jaren mijn taak om anderen te helpen en nu was het mijn beurt om geholpen te worden. Langzaam begon ik weer een beetje helderder te denken en ik zei tegen mezelf: en dit alles voor zo'n stom ding als een machinepistool. Misschien was het gezegde:"Schoenmaker hou je bij je leest" zo gek nog niet.

Later in de middag, toen het bijna begon te schemeren, werd er bij Klarie en Willy op de deur geklopt. De chauffeur kwam binnen en zei:"Zijn we klaar?"

Ik deed mijn jasje aan, pakte mijn pistolen, mijn fietstas met spullen en ik zei tegen hem:"Ja, ik ben klaar. Waar gaan we heen?"

Toen keek ik voor het eerst naar mijn hand en zag drie dunne, bruine, harde rubberen pijpjes door de gewrichten van mijn middelste vingers steken.
"Waar zijn die voor?" vroeg ik Klarie.

"Dat hebben de dokters gedaan, Wim, ze hebben het helemaal schoongemaakt van binnen, om de infectie te genezen. Hier is ook nog een zakje tabletten voor je. Je moet er drie per dag nemen, tegen koorts en infectie."

De auto vertrok en na een poosje kwamen we bij een klein dorpje met de naam Dalen. Na nog iets verder over een breed zandpad en een grindpad te zijn gereden, kwamen we bij een grote boerderij in het open veld, halfweg tussen Dalen en Zwinderen. Deze boerderij was van Nellie, de zuster van Klarie, en haar man, Henny Fleurke. Ik hoorde pas geruime tijd later dat mijn vrienden een soort beschermingssysteem hadden opgezet met behulp van Oom Kees die nog steeds in contact stond met een of twee goede, vertrouwde, politiemannen in Coevorden. Ook de Krimse politie en een goede politieman uit Emmen hielpen mee. In vele gevallen vroeg de Duitse politie aan de Nederlandse politie om te assisteren bij een arrestatie of een opsporing, bijvoorbeeld door de kortst mogelijke weg aan te geven naar de locatie waar een verdachte zich schuil hield, of om bijstand te verlenen aan de SD om en arrestatie uit te voeren. Zo wist de politie in de omgeving soms wanneer een persoon als ik op de boerderij van Fleurke in gevaar was. Er werd dus door Oom Kees een ring van vier politiemannen om de boerderij gelegd. Hier zien we dus de Nederlandse politie in bezettingstijd van de allerbeste kant!!

Ik werd door Henny Fleurke naar de logeerkamer op de bovenverdieping gebracht aan de voorkant van het huis. Hier was een balkonnetje en ik kon uitkijken over de wijde velden. Het was een nieuwe boerderij met een mooi ruim huis ertegenaan gebouwd. Ik zou ongeveer zes weken op mijn logeerkamer doorbrengen. Na een kleine maaltijd en een beetje heen en weer praten, gingen we vroeg naar bed.

De volgende morgen kwam dokter Christiaansen, een man van een jaar of vijftig. Hij kwam binnen en bezocht eerst Nellie Fleurke die in verwachting was. Daarna kwam hij naar boven en maakte kennis met mij. Hij was een goed vaderlander, een vriendelijk mens, en niet bang om een gewonde verzetsman te verzorgen. Hij wist zijn medische plicht te doen in bezettingstijd alsmede zijn christenplicht. Hij vond het beter om het verband nog niet te verwijderen, maar nam mijn temperatuur op: ik had een geringe verhoging. Hij vertelde me dat hij overmorgen weer terug zou komen om het verband eraf te halen.

De dokter kwam regelmatig vanwege de zwangerschap van Nellie en keek dan meteen naar mijn hand. Hij sprak weinig, stelde geen vragen, maar gaf me medische hulp alsof ik de prins van Oranje was. Ik blijf deze dokter die het aandurfde om zijn eed om mensen in nood onafhankelijk van religie, nationaliteit, godsdienst of wat dan ook, te helpen, nog altijd dankbaar. Het deed me goed te zien dat er ook nog heldhaftige mensen in Nederland waren.

Ik bleef het grootste gedeelte van de dag op mijn kamer. Ik las veel, terwijl mijn hand aan het genezen was. Ik sliep en rustte veel en bracht mijn dagen door met mijn boeken, mijn Bijbel en mijn eigen gedachten. Tijdens mijn verblijf bij Fleurke las ik de bijbel. Ik bestudeerde het leven van koning David en voelde mij aan hem verwant, vanwege het feit dat hij door koning Saul vervolgd werd. Ik voelde mij verwant aan David en zijn kleine leger van dappere bannelingen , dat zich schuilhield in de woestijn van Judea, van de ene plaats naar de andere trekkend - net als wij. De Bijbel veroordeelde het nazisme en ging er dwars tegenin: Heb God lief boven alles en uw naaste als uzelf.

Een mooie, maar zware opdracht.



Oorlogsvlag een indrukwekkend document!...het boek is te bestellen bij Boekhandel Heijink


Last update: 09-05-2008 by www.herdenking.nl